Tropenarts: eigenbelang of altruïsme?

Symposium Strong past, Healthy Future

Drie visies op de rol van medisch ontwikkelingswerk

Amsterdam, 21 december 2011 – Het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) vierde zijn 130ste Netherlands course for Tropical Medicine and Hygiene (NTC) op 16 december  met een symposium getiteld 'Strong past, Healthy Future – The role of Medical development cooperation in low income countries'.

Negentien studenten namen bij deze gelegenheid hun diploma in ontvangst. Sinds 1963 volgden ruim 2.000 deelnemers deze medische tropencursus voor artsen en verpleegkundigen met succes. Voorafgaand aan de diploma-uitreiking gaven drie deskundigen hun visie op de rol van medisch ontwikkelingswerk in de toekomst.

Resultaat op lange termijn
Martin Grobusch, professor Tropische Geneeskunde aan het Academisch Medisch Centrum en de Universiteit van Amsterdam, maakte duidelijk dat geneeskunde in de tropen niet hetzelfde is als Tropische Geneeskunde. Het gaat bij geneeskunde in de tropen vooral om medisch ontwikkelingswerk. Voor de toekomst van medische ontwikkelingssamenwerking is de rol van het KIT van belang. Nodig zijn overheidsinvesteringen in onderzoek en capaciteitsopbouw in plaats van gelden sturen voor medicijnen en de inrichting van een tijdelijke artsenpost. ‘Een strategische aanpak waarbij de lokale gezondheidszorg systematisch wordt verbeterd, geeft op de lange termijn meer resultaat’, aldus Grobusch.

Morele plicht
Jelle Stekelenburg, gynaecoloog bij het Medisch Centrum Leeuwarden en als tropenarts betrokken bij projecten in Tanzania, vindt ook ontwikkelingssamenwerking een professionele aangelegenheid. Hij waarschuwt voor ‘brain drain’, het gevaar dat medisch hoogopgeleiden in ontwikkelingslanden vertrekken naar het rijke Westen. Stekelenburg: ‘In Chicago werken meer Ethiopische artsen dan in heel Ethiopië bij elkaar. Armere landen investeren hun spaarzame centen in het opleiden van gezondheidswerkers, maar rijke landen plukken hiervan de vruchten. Zolang de ongelijkheid qua gezondheid in de wereld nog groot is, heeft het welvarende deel van de wereld de morele plicht een bijdrage te leveren.’

Van idealist naar ‘thrill seeker’
Dat medisch ontwikkelingswerk niet rijk maakt, maakte Suzanne Viveen, NTC-alumnus, duidelijk. (Viveen is onder meer bekend als coassistent Anne Hermans, door haar columns in het NRC). Op persoonlijke wijze vertelde zij over haar drijfveren als tropenarts. Viveen: ‘Ik onderscheid drie typen tropenartsen: de idealisten, religieuzen en thrill seekers’. De laatste groep doet ervaring op, maar ziet het werk ook als avontuur. Zelf begon zij als pure idealist en ze merkte dat niet-reële idealen vaak tot frustratie leiden. Nu haalt ze haar motivatie voor een deel uit het persoonlijk avontuur. Ze ondervond dat lokaal werk in Colombia geen duurzame veranderingen brengt, als er niet tegelijk een actief gezondheidsbeleid wordt gevoerd in samenwerking met de lokale overheden.

Met de kennis van de opleiding Master in International Health die Suzanne Viveen op dit moment volgt bij het KIT, wil ze lokale gezondheidssystemen optimaliseren en meer zorggarantie creëren voor de bevolkingsgroepen die daar het meest baat bij hebben. Sommige alumni van de 130ste NTC-cursus volgen haar voorbeeld: na een verblijf als arts in het buitenland begint een aantal van hen met de vervolgopleiding Master in International Health of de Master of Public Health aan het KIT.


Noot voor de redactie
Voor meer informatie: Chang Wong, afdeling Corporate Communicatie, Hospitalities & Facilities, Koninklijk Instituut voor de Tropen
M 06 5475 2938 / T (020) 568 8296, E c.wong@kit.nl

Contactinformatie

Wilt u in contact komen met de KIT Bibliotheek, het Tropenmuseum of een bepaalde afdeling van het KIT?