Malaria No More! schenkt KIT startsubsidie voor malariaproject

9 mei 2008

Malaria no More-cheque

Malaria is de belangrijkste parasitaire ziekte in de wereld. Jaarlijks worden driehonderd tot vijfhonderd miljoen mensen ermee besmet en sterven er twee tot drie miljoen mensen aan. Voor zwangere vrouwen en hun ongeboren kinderen is malaria een extra groot risico. Het KIT en de Universiteit van Benin City in Nigeria starten daarom het project ‘Malaria en zwangerschap’. Daarvoor ontvingen ze van Malaria No More! Nederland een startsubsidie van 65.000 euro. Malaria No More! Nederland is een stichting die zich inzet voor preventie en behandeling van malaria, met name in Afrika.

Zwangerschap en malaria
Meer dan negentig procent van alle malariapatiënten wonen in Afrika bezuiden de Sahara. Daar worden ongeveer dertig miljoen vrouwen per jaar zwanger. Wie tijdens de zwangerschap malaria oploopt, wordt niet alleen zelf ernstig ziek: de besmetting kan ook de baby treffen. Bovendien stijgt de kans op bloedarmoede, vroeggeboorte, een laag geboortegewicht, kindersterfte en moedersterfte.

Voorlichting
Het KIT-project wil deze trieste statistieken bestrijden op twee fronten: met betere voorlichting en betere medicijnen. Lokale gezondheidswerkers lichten vrouwen voor over malaria, in het bijzonder over de gevaren van de ziekte tijdens de zwangerschap, en hoe ze zich daartegen kunnen beschermen. Deze vrouwen geven vervolgens de informatie door aan ‘peer groups’: groepen vrouwen die zij vormen in hun eigen omgeving.

Medicijn
Het tweede deel van het project is een onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van het medicijn Coartem® voor zwangere vrouwen. Zevenhonderd zwangeren met malaria krijgen in dat kader Coartem® of een andere middel tegen de ziekte. Zij staan vervolgens tot na de bevalling onder controle van verloskundigen van het academisch ziekenhuis van Benin City. Het bloed van de deelneemsters wordt in die periode enkele malen onderzocht op de hoeveelheid malariaparasieten.

KIT en partners
De rol van het KIT in dit project is het ondersteunen van de lokale partners die het project in Nigeria uitvoeren. Dat gebeurt in de vorm van workshops en korte adviesmissies. Daarnaast verzorgt het instituut in Amsterdam de laboratoriumanalyses. Tegelijkertijd wordt het laboratoriumpersoneel van de universiteit van Benin City in Nigeria opgeleid om deze analyses in de toekomst zelf te kunnen doen.


Koninklijk Instituut voor de Tropen