Nederlands beleid voor mondiale ontwikkeling vraagt om investeren in kennis

back to list

Nederland wil zich maximaal inspannen om de mondiale Sustainable Development Goals uiterlijk in 2030 te realiseren. Als kennisland kunnen we hieraan een betekenisvolle bijdrage leveren. KIT Royal Tropical Institute en Wageningen University & Research (WUR) pleiten daarom voor meer investeringen in onderwijs en onderzoek op het gebied van ontwikkelingssamenwerking

Op 21 november 2017 bespreekt de Tweede Kamer de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Nederland wil zich maximaal inspannen om de mondiale Sustainable Development Goals uiterlijk in 2030 te realiseren.

De grote vraagstukken waar de SDG’s aan refereren, zijn gezondheid & armoedebestrijding, voedselzekerheid en klimaatverandering. Deze vraagstukken hangen sterk met elkaar samen en hebben mondiale impact. Kijken we bijvoorbeeld naar de lagere-inkomensgroepen en allerarmsten in de wereld, dan profiteren zij nauwelijks van de economische groei die in veel low and middle income countries plaatsvindt. 300 miljoen mensen lijden nog steeds acute honger, terwijl nog eens 2 miljard mensen structureel essentiële voedingsstoffen tekortkomen. De problemen van deze groepen worden versterkt door klimaatverandering. Jarenlange droogte zorgt voor ernstige tekorten en voedsel en water, terwijl in perioden van overvloedige regenval alles van het land afspoelt. Massale migratie van stad naar platteland leidt tot explosief stijgende prijzen voor voedsel en woningen en vormt in de brandhaarden van de wereld zo een vruchtbare voedingsbodem voor conflicten en terrorisme.

De grote migratiestromen van deze tijd houden rechtstreeks verband met armoede, voedselzekerheid en klimaatverandering. Het is goed dat het nieuwe kabinet in het regeerakkoord verklaart deze ‘grondoorzaken’ aan te willen pakken. Als land kunnen we daarin echt van betekenis zijn. We zijn klein, maar enorm efficiënt. Met onze kennis bestrijden we de honger in de wereld, versterken we de achterstandspositie van groepen mensen en maken we arme boeren weerbaarder tegen klimaatverandering. Op gebieden als tropische geneeskunde, landbouw, watermanagement, voedselzekerheid en logistiek is Nederland leidend in de wereld. Onze systeemaanpak, waarbij we ons richten op het gehele vraagstuk in plaats van op deelvraagstukken, is doeltreffend. Ook onze vaardigheid in ‘polderen’ werkt in ons voordeel: door als kennispartners, bedrijven en maatschappelijk middenveld samen te werken, versterken we elkaar en bereiken we meer.

Maar onze positie in de wereld is niet vanzelfsprekend, want we moeten keihard concurreren met buitenlandse instituten. Wat daarbij niet helpt, is dat Nederlandse kennisinstellingen hun expertise, menskracht en budgetten in eerste instantie moeten aanwenden om met elkaar en met buitenlandse instituten te wedijveren. Dat is inefficiënt en contraproductief. Het zou onze positie als kennisland versterken als kennisinstellingen juist de ruimte krijgen om de krachten te bundelen en elkaar te versterken.

Om de context van de grote mondiale uitdagingen goed te begrijpen, hebben we goed opgeleide mensen nodig. Maar juist de financiering van onderwijs en onderzoek staat onder druk. De grote vraagstukken van nu vragen om een gecombineerde inzet van fundamenteel onderzoek, toegepast onderzoek en menskracht ter plekke. We laten een enorme kans liggen als we niet genoeg goed opgeleide mensen afleveren en onvoldoende stageplekken in het buitenland creëren. Mensen die bij kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties, sociale ondernemingen en Nederlandse bedrijven overal in de wereld aan oplossingen voor de wereldwijde opgaven werken.

Het nieuwe kabinet lijkt meer ruimte te scheppen voor ontwikkelingssamenwerking, getuige onder meer het ruimere budget voor ontwikkelingssamenwerking. Wij juichen dit toe en zeggen daarbij: een betere wereld begint met kennis. Het vraagt om een actieve rol van het kabinet om niet alleen Nederlandse kennis te behouden, te versterken en tot waarde te brengen. Maar ook om daadwerkelijk daar in te zetten, waar de nood het hoogst is.

Wij stellen vier maatregelen voor aan het kabinet:

  1. Maak thematische en geografische keuzes en benut de bestaande expertises om het beleid op te concentreren.
  2. Creëer een flexibel instrument in om samenwerking binnen Nederland en met de internationale instellingen te bevorderen.
  3. Investeer in hoogwaardig hoger onderwijs op het gebied van Ontwikkelings-vraagstukken, niet alleen voor ons maar ook voor mensen uit lage- en midden inkomen landen.
  4. Zet het bestaande budget slimmer in, kies voor optimale benutting van kennis, maar vergeet niet fundamenteel onderzoek en capaciteitsversterking daarmee in lijn te financieren.