Geschiedenis

Het begin – 1864

De geschiedenis van het Koninklijk Instituut voor de Tropen gaat terug tot 1864 toen in Haarlem het Koloniaal Museum werd opgericht. De collectie, bijeengebracht door de botanicus Frederik W. van Eeden (vader van de beroemde schrijver), bestond aanvankelijk uit allerlei wonderbaarlijke voorwerpen die Nederlanders meenamen uit de Oost. De collectie diende enerzijds voor wetenschappelijk onderzoek, anderzijds ‘ter lehring ende vermaeck’ van het Nederlandse publiek.

Koloniaal Museum te Haarlem – 1871

In 1871 vond dit Koloniaal Museum onderdak in de Haarlemse villa Paviljoen Welgelegen. Vanaf toen vormde de museumcollectie het uitgangspunt voor wetenschappelijk onderzoek naar producten uit Nederlands-Indië. Met de uitkomsten hiervan konden handel en nijverheid in producten uit de Nederlandse koloniën, zoals koffiebonen, rotan en paraffine, in Nederland én in de koloniën worden gestimuleerd, zo was de gedachte van de oprichters.

Verhuizing naar het Amsterdamse Koloniaal Instituut – 1926

Door de groei van de collectie en het daaraan gekoppelde onderzoek en de toename van het aantal bezoekers barstte Paviljoen Welgelegen al snel uit zijn voegen. In 1910 werd in Amsterdam de Vereeniging Koloniaal Instituut opgericht. Het Koloniaal Museum sloot zich hierbij aan. In 1926 verhuisde de collectie naar het nieuwgebouwde Koloniaal Instituut gelegen op het terrein van de voormalige Oosterbegraafplaats. Het instituut bood tevens onderdak aan de wetenschappelijke afdelingen voor landbouwkundig, medisch en volkenkundig onderzoek.

Koninklijk Instituut voor de Tropen – 1950

Met het begin van de dekolonisatie werd de opdracht van het instituut verbreed. In het vervolg werden niet meer enkel de ‘Nederlandsche Overzeesche gewesten’ bestudeerd, maar de tropen in brede zin. Daarnaast zou het instituut in belangrijke mate bijdragen aan het verlenen van technisch advies aan ontwikkelingslanden op gebied van economie en gezondheid. In 1949 werd dit historische besluit bezegeld met een naamswijziging. Voortaan heette het instituut Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT).

Het Monument

Al bijna 90 jaar is het gebouw van het Koninklijk Instituut voor de Tropen gezichtsbepalend voor Amsterdam-Oost. Het gebouw is ontworpen in een uitbundige neorenaissancestijl. Talloze decoraties in en aan het gebouw verwijzen naar verschillende wereldculturen en de Nederlandse koloniale geschiedenis.

Ontwerp en bouw
In 1911 koos de bouwcommissie uit drie ontwerpen het plan van J.J. van Nieukerken, omdat dat het beste voldeed aan het programma van eisen. Wel moest de architect om budgettaire redenen het ontwerp bijstellen. Zijn zoons M.A. en J. van Nieukerken zetten het project van hun vader na diens overlijden voort en herschiepen het ontwerp. De bouw ging in 1915 van start, een jaar na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Materialen waren schaars en duur, waardoor de bouw met grote vertragingen kampte. Stakingen, stormschade en strenge winters zorgden eveneens voor oponthoud. In 1926 opende koningin Wilhelmina op 9 oktober het complex.

Neorenaissancestijl
De verschillende afdelingen van het instituut kregen elk een eigen bouwlichaam. Toch vormen zij een eenheid, doordat het hele complex consequent in neorenaissancestijl is uitgevoerd, met gebruikmaking van dezelfde kleur baksteen en dezelfde natuurstenen afwerking. Het wetenschappelijk complex met de hoofdingang, de Grote Zaal en de bibliotheek liggen aan de Mauritskade, het museum (met een eigen ingang) aan de Linnaeusstraat. De gebouwen zijn met elkaar verbonden door een kwartcirkelvormige laagbouw. Een fikse klokkentoren markeert de hoek Linnaeusstraat-Mauritskade.

Decoraties
De rijke decoraties aan en in het gebouw, waarvoor een ‘Commissie voor de Symboliek’ was aangesteld, verbeelden handel, nijverheid, betrekkingen met de overzeese gebiedsdelen, de stichters en de werkzaamheden van het instituut. Meer dan tien beeldhouwers zijn bij de uitvoering betrokken geweest.

Restauratie en uitbreidingen
In de oorlog heeft het gebouw veel te lijden gehad, doordat er Duitse troepen in waren ondergebracht. In 1967 kwam er een tienjarenplan voor de restauratie. De Grote Zaal, de bibliotheek en de kantoorruimten werden het eerst hersteld. Daarna volgde het museum, dat bovendien werd uitgebreid met een theater, het Kindermuseum en een nieuwe tentoonstellingszaal. Een afzonderlijk project was de realisatie in 1967 van een hotel naast het instituut. Aan de Linnaeusstraat schuin tegenover het KIT bevindt zich sinds 1997, nieuw en vastgebouwd aan de Muiderkerktoren, een dependance in combinatie met een kerkzaal. De toren was alles wat restte nadat de kerk in 1989 in vlammen was opgegaan.

Bronnen en literatuur

  • Een markant gebouw in Amsterdam-Oost. Het Koninklijk Instituut voor de Tropen / J. Woudsma. Amsterdam, KIT Publishers, 2004. Uitgegeven bij het 80-jarige bestaan van de Vereniging het Koninklijk Instituut voor de Tropen
  • Van welgeordende planterijen, architectuur en natuur langs tramlijn 9 / Marion Kuipers-Verbuijs. Amsterdam, Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg, 1999. (Open Monumentendag 1999)
  • Cultuur onder vuur. Het Tropeninstituut in oorlogstijd / Denise Frank. Amsterdam, KIT Publishers, 2012.

Thesis

Niek Lohmann heeft zijn thesis geschreven over het instituut: